Hoeveel inspraak heeft een kind in zijn of haar verblijfsregeling?
-big.png)
Wanneer ouders uit elkaar gaan, is een van de belangrijkste vragen hoe de zorg voor de kinderen wordt geregeld. De verblijfsregeling bepaalt waar het kind woont en hoe de omgang met beide ouders eruitziet.
Maar in hoeverre mag een kind hier zelf over beslissen? Hoe zwaar weegt de stem van het kind in juridische en praktische zin?
Het belang van het kind staat voorop
In België staat het belang van het kind centraal bij het vaststellen van verblijfsregelingen. Dit principe, verankerd in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) en de Belgische wetgeving, verplicht rechters en ouders om keuzes te maken die de stabiliteit, groei en emotionele balans van het kind waarborgen.
Het hoorrecht voor minderjarigen
Minderjarige kinderen in België hebben het recht om gehoord te worden over zaken die hen aanbelangen, waaronder de verblijfsregeling. Dit is vastgelegd in artikel 1004/1 van het Gerechtelijk Wetboek.
Tijdens een gesprek met de rechter, eventueel in aanwezigheid van een vertrouwenspersoon, kan het kind zijn of haar mening over de verblijfsregeling geven. De rechter houdt rekening met deze mening bij het nemen van een beslissing.
Hoe dit recht in de praktijk wordt toegepast, hangt af van de leeftijd van het kind:
- Kinderen vanaf 12 jaar: Zij worden automatisch door de rechter geïnformeerd over hun recht om gehoord te worden. Ze ontvangen een schriftelijke uitnodiging met een antwoordformulier waarop ze kunnen aangeven of ze gebruik willen maken van dit recht.
- Kinderen jonger dan 12 jaar: Zij worden niet automatisch uitgenodigd, maar kunnen op verzoek van zichzelf, hun ouders, het Openbaar Ministerie of de rechter gehoord worden. Als een kind zelf een verzoek indient, mag de rechter dit enkel weigeren met een gemotiveerde beslissing.
Het hoorrecht is niet verplicht. Kinderen kunnen zelf beslissen of ze hun mening willen geven en mogen een gesprek met de rechter weigeren.
Let op! Vanaf de leeftijd van 18 jaar (meerderjarigheid) mag een kind volledig zelf beslissen waar hij of zij verblijft. Vanaf dat moment vervallen alle eerdere verblijfsregelingen en is het kind niet langer gebonden aan afspraken die door de ouders of de rechter zijn opgelegd.
Hoe verloopt een kindgesprek bij de rechter?
Het gesprek gebeurt doorgaans in een informele setting, zonder de aanwezigheid van de ouders, zodat het kind zich vrij kan uitspreken.
Tijdens het gesprek beoordeelt de rechter:
- De wens van het kind en of deze consequent wordt uitgesproken.
- De mate waarin het kind mogelijk onder invloed staat van een ouder.
- Of de wens van het kind strookt met zijn of haar welzijn en ontwikkeling.
Wat als een kind een andere verblijfsregeling wenst?
Wanneer een kind een andere verblijfsregeling wenst dan voorgesteld door de ouders of de rechter, wordt deze voorkeur meegenomen in de overweging. De Belgische wet streeft naar een gelijkmatige verdeling, tenzij dit nadelig is voor het welzijn van het kind.
Bij de beoordeling kijkt de rechter naar factoren zoals de stabiliteit van de leefomgeving, de opvoedingscapaciteiten van de ouder en de emotionele ontwikkeling van het kind. Als de gewenste regeling risico’s met zich meebrengt of geen veilige basis biedt, kan de rechter besluiten de wens niet te volgen.
Ook wordt nagegaan of de voorkeur oprecht is of voortkomt uit beïnvloeding of loyaliteitsconflicten. Kinderen kunnen onder druk staan om een keuze te maken, waardoor de rechter zorgvuldig afweegt of de wens hun werkelijke belang dient.
Kortom: hoewel een kind zijn mening mag uiten via het hoorrecht, ligt de eindbeslissing bij de rechter. Naast de voorkeur van het kind wegen stabiliteit, de relatie met beide ouders en de algemene leefomstandigheden zwaar mee in de uiteindelijke beslissing
Wat als een kind weigert de verblijfsregeling te respecteren?
Hoewel de stem van een kind meetelt, blijft de verblijfsregeling juridisch bindend totdat het kind meerderjarig is. Als een kind de regeling weigert te volgen, kan dit tot conflicten en juridische complicaties leiden.
In dergelijke gevallen kan:
- Bemiddeling worden voorgesteld om de redenen achter het verzet van het kind te achterhalen en tot een oplossing te komen.
- Een dwangsom worden opgelegd aan een ouder die de verblijfsregeling niet naleeft.
- In extreme situaties politiehulp worden ingeschakeld, bijvoorbeeld als een ouder het kind onttrekt aan de verblijfsregeling. Dit gebeurt alleen bij ernstige gevallen en staat los van de rechterlijke beslissing.
Indien een kind structureel ongelukkig is met de verblijfsregeling, kan de regeling opnieuw worden voorgelegd aan de rechter die kan overwegen de regeling te herzien in het belang van het kind.
De informatie via evocaat.be verstrekt is geen juridisch advies over specifieke juridische problemen. Evocaat.be is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade die veroorzaakt wordt door gebruik van deze informatie. Voor persoonlijk juridisch advies dient u een advocaat te contacteren.